Velen van ons voelen zich ’s ochtends bij het ontwaken overweldigd door een wereld waarin grootspraak, arrogantie en zelfs wreedheid als normaal worden gezien en als een vorm van leiderschap worden aangeprezen. Nog voordat we onze voeten op de grond zetten, zien we op onze telefoons de gevolgen van machtsmisbruik en de prijs die de mensheid betaalt voor leiders die vinden dat zij door anderen moeten worden gediend in plaats van zelf anderen te dienen.
Ik besef, in een tijd waarin zelfs empathie wordt verguisd, dat de keuze voor moed, discipline en vriendelijkheid onmogelijk en steeds kwetsbaarder kan lijken. Ik begrijp dat het bevorderen van zorg, verbondenheid en je thuis voelen in onze organisaties ronduit tegendraads lijkt.
Maar ik heb hoop. In mijn werk zie ik mensen die hun waarden niet hebben opgegeven en die weten hoe ze leiding kunnen geven met respect voor wat het betekent om mens te zijn. Ze luisteren, blijven nieuwsgierig en creëren een verantwoordelijke cultuur. Ik zie leidinggevenden die begrijpen dat prestaties en impact erop vooruitgaan als mensen zich gezien, gehoord en gerespecteerd voelen. Ik zie mensen die bereid zijn het werk te verrichten dat nodig is om zichzelf te begrijpen en te bouwen aan verbondenheid met en vertrouwen van anderen.
Dit boek is opgedragen aan iedereen die ervoor kiest moedig te zijn in het leven, de liefde en het werk. Zelfs als het moeilijk is. Vooral als het moeilijk is. Ik wil jullie bedanken, omdat jullie je vaste grond hebben gevonden en onze vaste grond zijn geworden.
1 Strong Ground
Schrijvers zouden verplicht moeten zijn om toestemming te vragen als ze het woord ‘sidderen’ willen gebruiken. Het is misschien verleidelijk om het metaforisch in te zetten, maar als je ooit het soort lichamelijke pijn hebt ervaren dat wérkelijk tot de reflex sidderen leidt, zul je het waarschijnlijk liever niet op een afwijkende manier gebruiken. Ik geef toe ‘sidderen’ te hebben gebruikt om het ongemak te beschrijven van leven in onzekerheid, maar dat was voordat ik het soort pijn had ervaren die maakt dat je door je knieën zakt, ineenkrimpt en kronkelt, op zoek naar kortstondige verlichting om op adem te kunnen komen. In het vervolg beloof ik plechtig om het woord ‘sidderen’ alleen in de meest letterlijke zin te gebruiken.
Laten we vlug door de zure appel heen bijten: ik stond op een pickleballveld. Als je nu je vuist opsteekt en zegt: ‘Geweldig! Ik ben dol op pickleball! Let’s go!’ lees dan verder. Als je denkt: ‘Je kunt me wat met je pickleball’ – nou, dan doet het je misschien goed om te horen dat het mij bijna mijn leven heeft gekost (net zoals talloze andere vijftigplussers overal in de wereld die hun competitieve spirit hebben hervonden en dat hebben moeten bekopen met meerdere afspraken met een fysiotherapeut en een orthopedisch chirurg).
Op een zonnige middag, in een plaatselijk buurthuis, op een oud gelakt houten basketbalveld, waarop met blauwe schilderstape provisorische pickleballlijnen waren aangebracht en een gammel, draagbaar net nauwelijks rechtop bleef staan, serveerde ik de bal zo hard als ik kon.