Onderstroom

Onderstroom
Onderstroom

Op Bali loopt Manon een oude bekende tegen het lijf. Maar dat kan niet, want Ricardo is al acht jaar dood...

Samenvatting

Na een maand backpacken door Indonesië brengen vriendinnen Manon en Ellen hun laatste week door in een luxe resort op Bali. Hoewel Manon dacht het verleden achter zich te hebben gelaten, brengen het strand en de golven herinneringen naar boven aan dat ene moment dat haar leven voorgoed veranderde. Dan ziet ze in de plaatselijke surfshop een recent genomen foto van iemand van wie zij weet dat hij dood is. Maar als dit Ricardo is, wie is er dan acht jaar geleden gestorven? En waarom?

Goed om te weten

  • Een ontmoeting op Bali opent oude wonden
  • De 50e vakantiethriller van Suzanne Vermeer
  • 5 miljoen exemplaren verkocht

Specificaties

Specificaties

ISBN: 9789400519664
NUR: 332
Type: Paperback
Auteur(s): Suzanne Vermeer
Prijs: 17,50
Aantal pagina's: 320
Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers
Verschijningsdatum: 14-04-2026

Specificaties

ISBN: 9789044939033
NUR: 332
Type: E-book
Auteur(s): Suzanne Vermeer
Prijs: 12,99
Aantal pagina's: 320
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 14-04-2026
Onderstroom
Onderstroom
Paperback:
17,50
E-book:
12,99

Leesfragment

Proloog

De zon staat laag aan de hemel boven Mount Batur. Binnen twee uur zal de wereld zo zwart zijn dat hij niet langer lijkt te bestaan. Er klinkt geritsel, een vogel klapwiekt weg en dan is het weer stil.

De temperatuur daalt snel en daar ben ik niet op gekleed. De kou is meedogenloos. Ergens op de helling van deze vulkaan wacht een man die ons volgde terwijl we omhoogklommen, een roofdier dat zijn kans afwacht.

In de verte zie ik iets zwarts bewegen. Ik pak Ellens hand en trek haar de struiken in. Muisstil blijven we zitten.

Er breekt een takje. Sluipt hij dichterbij? Razendsnel denk ik na. Kan ik wegrennen? Maar waarnaartoe? De bergwand is op sommige stukken steil. Een verkeerde stap kan fataal zijn. Dan val je honderden meters naar beneden, maak je een smak die niemand zal overleven.

Ik hoor steentjes knarsen. Het geluid jaagt mijn hartslag verder omhoog. Kan hij mijn lichaamswarmte voelen? Mijn geur ruiken? Weer hoor ik de steentjes, heel dichtbij. Ik durf nauwelijks adem te halen, maar hij kan ons onmogelijk zien. Ellens hand zoekt de mijne als de voetstappen stoppen. En dan is het plotseling doodstil.

Het enige wat ik hoor, is het bonzen van mijn hart.

 

Deel 1

Bali 2026

Ik laat de schouderbanden van mijn backpack van me afglijden. Het zware ding belandt met een doffe klap op de zandgrond, vlak naast een marktkraam. Er scheurt een oud brommertje vlak langs me dat een enorme stofwolk veroorzaakt. Met de rug van mijn hand veeg ik zout zweet vermengd met fijn zand van mijn voorhoofd.

‘Welkom op Bali,’ mompel ik.

Zojuist zijn Ellen en ik aangekomen met een kleine boot. De oude ieselmotor, die onderweg een paar keer haperde, bracht ons en negen andere toeristen naar dit eiland. Terwijl we richting een eenvoudige haven koersten, zagen we Mount Batur hoog boven het groene bladerdak van de heuvels uitsteken. Een ring van nevel hing vlak onder de top van de vulkaan, waardoor de berg iets magisch kreeg. Onmiddellijk begon het vanbinnen te kriebelen. Die vulkaan moet ik deze vakantie nog beklimmen, de vraag is alleen hoe ik Ellen zo gek ga krijgen dat ze meegaat. Na vier weken backpacken verlangt zij naar luxe. En ik moet eerlijk toegeven dat ik daar zelf ook wel een beetje aan toe ben.

Langs het strand staan palmbomen en er liggen kleine rotseilandjes in zee. Ik kijk naar Ellen, die er al even afgepeigerd uitziet als ik. Je zou zeggen dat we na al die tijd in de jungle wel gewend zouden zijn aan de vochtige lucht, maar niets is minder waar. Haar rugzak valt naast de mijne in het zand.

‘Wat een tocht!’ Ze wrijft een natte lok zwart haar van haar zongebruinde wang en kijkt om zich heen. ‘En wat is het hier mooi! Alsof de oude zwart-witfoto’s van mijn overgrootouders tot leven zijn gekomen. Bizar!’

Ik bekijk de omgeving door Ellens ogen en snap wat ze bedoelt. Als ik mijn intense vermoeidheid en de behoefte aan een koel bad even opzijzet, zie ik wat zij ziet: kraampjes met streetfood, specerijen, de lage houten huisjes met veranda’s en een paradijselijk wit strand met palmbomen die zich over het zand buigen. Een vertraagd leven, alsof je tientallen jaren terug in de tijd stapt. Twee surfers vliegen over het water, ik kijk hen na. Het is zo lang geleden dat ik met mijn plank over de golven raasde…

‘Koffie?’ Ellen kijkt me aan.

‘Doe maar,’ zeg ik zonder mijn bestelling verder te specificeren.

Nergens ter wereld wordt zulke goede koffie geschonken als in Indonesië en hier op Bali schijnt zelfs de beste te worden geproduceerd: kopi luwak, maar of die verkrijgbaar is in het dorpje waar we aanmeerden, dat betwijfel ik.

Terwijl Ellen een paar roepia uit haar portemonnee vist, duw ik mijn rugzak omver en ga erop zitten. Mijn kleren zijn vies en verkreukt na weken wandelen en klimmen op de prachtige eilanden die Ïndonesië rijk is. Ik haal mijn iPhone tevoorschijn. Ik tik een appje voor mijn zusje, Sterre. Veilig aangekomen op Bali. Straks naar ons resort voor een week luxe! Als het bericht verzonden is, valt het me op dat ze haar
profielfoto heeft veranderd. Ik zie onze lachende gezichten. We staan op een klif met op de achtergrond de baai van Hotel Silva in Portugal. In één klap ben ik daar weer. Er trekt een rilling over mijn rug. Ondanks de temperatuur van dertig graden heb ik het opeens steenkoud. Van elke foto die ze had kunnen gebruiken, koos ze deze. Waarom? Kort overweeg ik haar die
vraag te appen, maar dan besluit ik dat ik het beter persoonlijk kan vragen en ik stop mijn telefoon weer in mijn zak.

‘Hier.’ Ellen duwt een aardewerken mok in mijn hand.
‘We moeten de bekers wel terugbrengen.’
Ze duikt naast me in het zand en vouwt haar benen moeiteloos in een kleermakerszit. Sukhasana, noemt zij die. Ellen doet aan yoga en dat is ook precies de reden dat we onszelf een week luxe hebben veroorloofd in het Canggu Resort and Yoga Retreat waar we een premium room met eigen terras en plunge pool hebben gehuurd. Een vrouw gekleed in een sarong en kebaya opent een paar juten zakken met specerijen, die ze voor haar kraampje plaatst. Ik snuif de lucht op. Nootmuskaat, kaneel en kruidnagel vechten om voorrang. Het maakt me hongerig.

‘Het hotel is hier niet ver vandaan,’ zegt Ellen. ‘Gaan we lopen, of regelen we een taxi?’
Ik kijk haar ontzet aan bij het woord ‘lopen’. ‘Sorry, maar mijn voeten willen echt niet meer. De blaren hangen in vellen aan mijn hielen.’
Ellen grinnikt. ‘Jij wilde backpacken en in hostels slapen, weet je nog, Manon? Van mij hadden we ook in een huurauto langs hotels mogen trekken.’
Ze heeft gelijk. Ik wilde het traditionele Indonesië leren kennen en de cultuur en natuur écht proeven.
‘Maar nu is het tijd voor ontspanning. Kom, we nemen een taxi,’ zeg ik.

Gerelateerde artikelen