‘Hebben we tot nu toe jouw gekte wel genoeg benut?’ vroeg de uitgever aan mij. Ik vatte het op als een compliment. En dat an sich vond ik dan ook weer een compliment waard. Aan mezelf, en aan hoe hard ik gewerkt heb om hier te komen.
Het antwoord was nee, trouwens. Tot dan toe hadden we mijn gekte nog niet genoeg benut. Inmiddels wel. Het resultaat ervan is te vinden in dit boek.
Wanneer zei jij voor het laatst: ‘Jemig, wat ben ik enig!’? Nooit? Mooi. Dan ben je hier op de goede plek. En stel hè, stél dat je het nou wel regelmatig zegt. Of denkt. Ook goed. Dan ben ik er nog steeds van overtuigd dat jij iets aan dit boek gaat hebben. Al is het alleen maar voor bevestiging dat je gelijk hebt. En als er iets heerlijk is, is het wel bevestiging.
Je hebt hier te maken met een boek dat eerst een ander boek had moeten zijn, met de titel Dan vind je me toch niet aardig?!
Ik vloog er vol in: ik besloot dat er naar een boek zou worden toegewerkt met een podcast. Ik investeerde in podcastapparatuur en in de tijd die het duurde om die apparatuur überhaupt te kunnen gebruiken, betaalde een producer voor een heuse jingle, en liet een panel kiezen welke foto het beste zou passen bij de podcast die uiteindelijk dé basis zou vormen voor de bestseller die Dan vind je me toch niet aardig?! heet.
Ik interviewde de meest geweldige mensen, publiceerde de podcasts, kreeg er veel goede reacties op en toen… merkte ik dat de sleutel tot niet altijd aardig gevonden willen worden ligt bij vertrouwen op jezelf. De ruimte nemen om jezelf te zijn. En deze ruimte verdedigen, welke gevolgen dat ook heeft.
Dat gegeven nam een veel groter deel van de gesprekken in dan wel of niet aardig gevonden willen worden. En zo kom je er dus achter dat je een podcast hebt over een onderwerp dat heel snel verandert in een ander onderwerp. Ik hoorde al de termen voorbijkomen – ‘zelfacceptatie’, ‘zelfliefde’, ‘zelfvertrouwen’ en ‘zelfverzekerdheid’ – maar uit de gesprekken bleek het méér te zijn dan dat.
Na nachten wakker liggen omdat ik niet helemaal kon vangen waar deze podcastgesprekken toe leidden, besloot ik te brainstormen met de meest kick-ass redacteur ter aarde (ze heet Wendy en is ook weer de redacteur van dit boek). Na uit te leggen waar ik tegenaan liep, is de term ‘zelfenigheid’ ontstaan. Het bleek het antwoord op iets wat sluimerde in al mijn werk, maar de oppervlakte niet vond. Toen ook mijn uitgever Joost enthousiast was, ging de bal rollen en kon ik woorden geven aan wat ik de afgelopen jaren heb gevoeld: een staat van helemaal tevreden zijn met wie en wat je bent, en daar zo veel mogelijk keuzes op baseren. Ik heb dat gemerkt in verschillende onderdelen van mijn leven; van vriendschappen tot het werk dat ik doe, van hoe ik mezelf tot mijn gezin verhoud als hoe ik voor mezelf zorg.
Ook in mijn eerdere boeken bleek ik, zonder dat zelf door te hebben, steeds meer af te stevenen op het thema van dit boek: uit het onderzoek dat ik deed voor Red mij niet bleek al dat je een ander het beste kunt steunen als je zelf ook weet hoe je voor jezelf moet zorgen. Tijdens mijn interviews voor Het anti-aanbakbrein kwam ik erachter dat zelfvertrouwen een van de belangrijkste ingrediënten van een anti-aanbakbrein is. In Gedachten zijn klootzakken werd mij steeds helderder dat ‘spreekwoordelijke schijt hebben aan de mening van anderen’ je leven een stuk eenvoudiger maakt.
Ik kon dus niet anders dan mijn plannen voor de bestseller Dan vind je me toch niet aardig?! in de prullenbak donderen en opnieuw beginnen. Met het resultaat heb je nu te maken.