Het tweede deel in de razendspannende Noorse thrillertrilogie van Jørn Lier Horst & Thomas Enger.

Samenvatting

Op oudjaarsavond wordt Oslo opgeschrikt door een explosie. Alles wijst in de richting van een terroristische aanslag.
Onder de gewonden bevindt zich iemand die Alexander Blix goed kent. Ruth-Kristine Smeplass is de moeder van Patricia, die tien jaar geleden op tweejarige leeftijd werd ontvoerd. Blix was toen betrokken bij het onderzoek, maar er is nooit een spoor van het meisje gevonden.
Als de vermissing opnieuw in het nieuws komt, raakt verslaggever Emma Ramm geïntrigeerd door de nooit opgeloste zaak. Blix en Ramm bundelen opnieuw hun krachten in een poging het rookgordijn rond de verdwijning van Patricia te laten oplossen.

Goed om te weten

  • Al 10.000 exemplaren verkocht van Nulpunt
  • Onweerstaanbare combinatie van het klassieke vakmanschap van Horst en het rauwe thrillerwerk van Enger
  • Voor de liefhebbers van Søren Sveistrup

Specificaties

Specificaties

ISBN: 9789400511385
NUR: 305
Type: Paperback
Auteur(s): Jørn Lier Horst, Thomas Enger
Vertaler: Kim Snoeijing
Prijs: 20,99
Aantal pagina's: 320
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 07-01-2021

Specificaties

ISBN: 9789044932058
NUR: 305
Type: E-book
Auteur(s): Jørn Lier Horst, Thomas Enger
Vertaler: Kim Snoeijing
Prijs: 11,99
Aantal pagina's: 320
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 07-01-2021

Specificaties

ISBN: 9789046174296
NUR: 305
Type: Luisterboek
Auteur(s): Jørn Lier Horst, Thomas Enger
Vertaler: Kim Snoeijing
Voorlezer: Casper Gimbrère
Prijs: 15,99
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 12-01-2021

Leesfragment

1 januari 2019

De traliedeur aan het eind van de gang sloeg dicht. Het geluid droeg ver langs de betonnen wanden.
Christer Storm Isaksen keek op van zijn boek en luisterde.
Lichte, korte voetstappen op de linoleumvloer.
Frankmann.
Hij was de enige die de moeite nam een extra ronde te maken als er iets bijzonders was.
De voetstappen stopten voor de cel. Sleutels rinkelden, waarna er beheerst op de deur werd geklopt.
Isaksen legde zijn boek aan de kant. ‘Ja?’
Het bovenste scharnier knarste toen Frankmann opendeed.
Het leek alsof hij de laatste week nog meer was afgevallen.
Zijn uniformhemd hing losjes rond zijn magere bovenlichaam.
‘Gelukkig nieuwjaar,’ zei hij ter begroeting. Hij had een witte envelop in de hand.
‘Gelukkig nieuwjaar,’ luidde Isaksens antwoord.
Hij wilde vragen hoe de kerstdagen en oud en nieuw waren verlopen, maar hij slikte zijn woorden in. De envelop maakte hem nieuwsgierig.
‘Een brief voor je,’ zei Frankmann. ‘Ik dacht dat je die wel meteen wilde hebben.’
Isaksen nam hem aan. Op de envelop stond geen adres en er zat geen poststempel op. Alleen zijn naam in kleine, ronde letters. Het was een schuin handschrift, ook een beetje onduidelijk, alsof de schrijver niet veel tijd had gehad.
‘Hij lag in de brievenbus bij de ingang,’ lichtte Frankmann toe.
Isaksen voelde aan de envelop. Er zat iets in wat stijver aanvoelde dan een brief. Misschien een ansichtkaart.
Hij wreef met zijn duim over de plek waar de postzegel had horen te zitten en draaide de envelop om. Geen afzender.
De laatste keer dat hij een handgeschreven brief had ontvangen, kon hij zich niet meer herinneren. Nadat zijn moeder was overleden, was er ook een eind aan de kerstkaarten gekomen.
Frankmann bleef met een nieuwsgierige blik in de deuropening staan.
‘Normaal gesproken was dit samen met de andere post behandeld,’ zei hij, om aan te geven dat hij moest wachten tot de envelop open was. ‘De hond komt pas vrijdag,’ voegde hij eraan toe. Hij had het over de drugshond.
Isaksen peuterde een hoekje van de flap aan de achterkant los en scheurde de envelop voorzichtig open. Hij maakte de opening met twee vingers groter en keek wat erin zat. Het was een foto.
Hij haalde hem eruit en voelde dat er druk op zijn borst kwam te staan.
Het meisje op de foto was acht, negen jaar; ze droeg een blauwe capuchontrui en had lang, bruin haar dat naar achteren was gekamd en in een paardenstaart was gebonden. Ze zat in een schoolbank met haar handen op een boek. Haar beugel kon ze niet verbergen, want ze glimlachte breed naar de camera.
Op haar neus zaten allemaal sproeten. Haar ogen waren ijsblauw, net als die van hem.
‘Zij is het,’ liet hij zich ontglippen.
Frankmann deed een stap dichterbij. ‘Wie?’ vroeg hij.
Isaksen gaf geen antwoord.
Zij is het, herhaalde hij bij zichzelf. Het meisje van wie iedereen dacht dat ze dood was.

Gerelateerde artikelen