1
De stad puilt uit van de toeristen. Op de Oudezijds Voorburgwal staat een groep Japanners zich te verdringen voor het raam van een prostituee, die verveeld naar de belangstelling zit te staren. Het zijn allemaal mannen en ze lijken zich nogal te amuseren. Ze stoten hoge klanken uit en porren elkaar in de zij. Een van hen maakt een obsceen gebaar naar zijn kruis.
Sandra probeert hen te omzeilen door midden op straat te gaan lopen, maar ze wordt door driftig getoeter van enkele automobilisten weer naar het trottoir gedirigeerd. Ze is laat. Dit is weer eens zo’n dag waarop alles tegenzit. Eerst versliep ze zich, daarna liep het koffiezetapparaat over omdat ze de oude koffie niet had weggegooid en tot overmaat van ramp belde de accountant ook nog met allerlei vragen voor de jaarrekening op het moment dat ze moest vertrekken.
Het is al tien voor halfdrie, ziet ze op de torenklok van de kerk die in dezelfde straat staat als hotel De Beurs. Ze spreken altijd om twee uur af. Als hij maar niet heeft gedacht dat ze niet komt. Ze gaat nog sneller lopen, maar als ze bijna bij de trap is aangekomen voor de ingang van het hotel staat ze opeens stil. Het is er weer. Een echo van haar voetstappen, ergens achter haar. Iemand die haar volgt? Ze draait zich om. Geen mens ter zien. Wat is dat toch? Geïrriteerd trekt ze haar schouders op en gaat naar binnen.
‘Goedemiddag, dame.’ De vriendelijke portier glimlacht correct als Sandra het hotel binnenkomt. ‘Ik haal de lift voor u.’
Sandra zou weleens willen weten wat hij wérkelijk denkt als hij haar ziet. Hij heeft altijd als ze hier komt dezelfde onverstoorbare glimlach op zijn gezicht en zijn tekst staat óók vast. Nooit een toespeling op wat ze hier komt doen, nooit een vraag. Als ze in de lift stapt, buigt de portier galant en drukt op de knop
waar het cijfer 3 bij staat. Hij stapt weer terug en de liftdeuren sluiten zich.
Sandra zou de weg naar haar doel zelfs blind kunnen vinden. Derde etage, uit de lift rechts, de laatste kamer in de gang. Nummer 314. Het staat in sierlijk schuine gouden letters op de deur. Ze gaat snel naar binnen en loopt regelrecht in uitgestrekte armen. ‘Ik werd al ongerust,’ hoort ze, maar de rest van wat hij zou willen zeggen verdwijnt in een lange intense kus. Op deze manier beginnen ze hun geheime uren altijd: hongerig en gulzig, ongeduldig aan elkaars kleren plukkend. Sandra maakt zich als eerste los. ‘Even douchen, kom je ook?’ Ze trekt hem mee naar de badkamer.