Een brief van C Pam Zhang

C Pam Zhangs roman Al wat goud op de bergen is is een overweldigend avonturenverhaal dat de stereotypen van de klassieke western op zijn kop zet.

Lees hieronder haar brief aan de lezer.

Beste lezer

Ik heb er niet voor gekozen dit boek te schrijven. Een reeks beelden drong zich aan me op toen ik me in het schemergebied tussen slapen en waken bevond: twee zusjes op de vlucht, zilveren munten, droge hitte, een zoektocht. Ik verwerkte de beelden in een kort verhaal om deze uit mijn gedachten te kunnen bannen. Ik dacht dat ik klaar was. In plaats daarvan hield het verhaal stand en bleef het maandenlang mijn geest prikkelen. Je zou kunnen zeggen dat het me achtervolgde.

Toen ik me er eindelijk aan overgaf, bleek dat korte verhaal het begin te zijn van deze roman, een eerste versie die ik in een soort dissociatieve staat had opgeschreven. De woorden gingen niet gemakkelijk mijn hoofd uit; ik leek ze uit te spuwen met een intensiteit die ik niet onder controle had, alsof ik een spreekbuis was voor een grote woeste kracht. Na vele jaren van aanscherpen en herschrijven is dat wat je nu in handen hebt het meest persoonlijke wat ik ooit heb geschreven. En dat klinkt vreemd als je bedenkt dat deze roman zich meer dan een eeuw geleden in een opnieuw vormgegeven Amerikaans Westen afspeelt, in een surrealistisch landschap waarin zowel tijgers als buffels rondzwerven.

Tegelijkertijd is het ook het verhaal van een meisje dat haar vader te vroeg verliest, een verhaal over eenzaamheid en over een indringend verlangen naar een thuis. Het is het verhaal van immigranten, waardoor het een waargebeurd verhaal is in de diepste zin van het woord, hoewel je het in geen enkel geschiedenisboek terug zou kunnen vinden.

Generaties auteurs hebben de mythologie van het Amerikaanse Westen in hun eigen belang vormgegeven. Ik ben opgegroeid met John Steinbecks Ten oosten van Eden, Het kleine huis op de prairie van Laura Ingalls Wilders en Lonesome Dove van Larry McMurtry. GeĆÆmponeerd door die boeken geloofde ik dat ze berustten op feiten, op waarheden. Als volwassene heb ik echter geleerd hoeveel van die verhalen over het Westen fictief zijn, of overdreven, en hoe overweldigend wit ze zijn. Ik waardeer die boeken er niet minder om, maar een les die ik hieruit trek is dat ik mezelf ook de vrijheid en het lef mag gunnen om te stellen dat het verleden niet als graniet is, maar eerder uit zandsteen bestaat: het is zacht en vormgegeven door de beeldhouwers ervan. En is dat niet altijd kenmerkend geweest voor het Amerikaanse Westen, een gebied dat groots en mooi, conflictueus en gestolen, paradoxaal en gekmakend is? Dat het Amerikaanse Westen zo tot de verbeelding spreekt dat het moeilijk is om de mythen van de realiteit te scheiden?

Ik denk dat de beste boeken de feiten overstijgen om tot een diepere emotionele waarheid te komen. En die gedachte haal ik uit Beminde van Toni Morrison, De krijgsheldin van Maxine Hong Kingston en Autobiografie van rood van Anne Carson. De beste boeken bevinden zich in dat schemergebied tussen slapen en waken. Het zijn spoken. Deze roman wordt achtervolgd door mijn vader, wordt achtervolgd door het vreemde, gouden, gestolen land van Californiƫ.

Ik hoop dat de roman jou ook achtervolgt.

C Pam Zhang

 

Gerelateerde artikelen