Het meisje duwt de laaghangende takken aan de kant, loopt het overgroeide veld op en blijft staan als ze de begraafplaats ziet. De grafstenen zijn groen van het mos en staan scheef door verzakking. Ze ziet dertig of veertig graven, maar misschien staan er nog meer onder de woekerende haagwinde die in ranken met witte bloemen over het veld groeit. Deze plek is vergeten, dat is duidelijk. Het meisje kijkt achter zich om te zien waar haar opa blijft. De oude man sleept zichzelf het terrein op alsof iets hem probeert weg te houden van dat veld – in zijn rechterhand hangt een witte trosroos.
Waarom wil hij deze verborgen plek aan haar laten zien?
Ze loopt naar de dichtstbijzijnde grafsteen en leest de naam: T.Gideon. Zonder spatie. En er staan geen jaartallen of troostende woorden bij. Ze loopt een steen verder. Weer T.Gideon.
Hoe kan dat? Ze bukt om te zien of de toefjes mos de letters vertekenen. Maar dat is niet zo, het staat er echt: T.Gideon. Dat is vreemd. En op de steen daarnaast staat ook hetzelfde. Ze doet een paar stappen naar achteren en ziet op alle graven dezelfde naam staan. Ligt deze begraafplaats vol met beenderen van mensen met dezelfde voor- en achternaam?
De oude man zet de laatste paar stappen naar zijn kleindochter; het hoge gras veroorzaakt een slepend geluid tegen zijn broek.
‘Ik wist niet dat hier een begraafplaats was,’ zegt ze.
‘De meeste mensen hier in Brussel weten niet dat deze begraafplaats bestaat,’ zegt hij. ‘Wat valt je op?’
‘Alle namen zijn hetzelfde. Wie waren dit?’
‘Dat is de vraag die we niet meer konden beantwoorden. En daarom liggen deze mensen hier. Vroeger waren er door heel Europa begraafplaatsen zoals deze, maar ze zijn een voor een verwaarloosd en weggehaald. Het zal niet lang duren voordat deze ook verdwijnt.’
‘Waarom?’
‘Ik vind het onbegrijpelijk. Het is gevaarlijk om te vergeten, je moet je eigen geschiedenis blijven herlezen.’
‘Omdat we anders niet kunnen leren van onze fouten?’
‘Precies.’ De oude man glimlacht trots naar zijn kleindochter.
‘Welke fouten zijn hier gemaakt?’ vraagt ze.
‘Dezelfde fout die we nog steeds maken: we denken dat we zelf mogen beslissen of we voor het goede of voor het kwade vechten.’
‘Oké,’ grinnikt het meisje, ‘lekker vaag, opa.’