Er zat een vrouw aan een tafeltje in Mokka de Vísir te lezen.
Op tafel stonden een bordje met een halve wafel met room en jam erop en een kop dampend hete koffie. Aan de muur achter haar hing een ets waarop de ontploffing van een atoombom te zien was en angstige kinderen. Voor geen van die dingen had ze aandacht, zo verdiept was ze in de krant van die dag, waarin een achtergrondverhaal stond over een onopgeloste zaak.
Kristján Kristjánsson, politieman: de verdwijning van Lára is nog altijd niet vergeten.
Kristján Kristjánsson leidde het onderzoek naar de verdwijning van Lára Marteinsdóttir, tien jaar geleden. Desgevraagd zegt deze ervaren rechercheur dat de verdwijning van Lára nog altijd niet vergeten is. Lára deed vakantiewerk op Viðey, bij het echtpaar Óttar Óskarsson, advocaat bij het hooggerechtshof, en Ólöf Blöndal, toen zij spoorloos verdween. Lára was nog maar vijftien jaar en was heel geliefd bij iedereen die haar kende. Tien jaar later is deze zaak nog steeds niet opgelost en is die in het dossier onopgeloste verdwijningen terechtgekomen.
Volgens Kristján Kristjánsson heeft de politie verschillende tips nagetrokken over mogelijke verklaringen voor Lára’s verdwijning, maar geen enkele tip heeft iets opgeleverd. Nooit is gebleken wie met Lára naar Reykjavík kon zijn gevaren en er is geen stoffelijk overschot gevonden dat met Lára in verband kon worden gebracht. Er is destijds overwogen om de hulp in te roepen van Interpol, maar de zaak is de afgelopen jaren in de vergetelheid geraakt. Je zou kunnen zeggen dat Lára werkelijk van de aardbodem is verdwenen.
Bij het bericht in de krant stond een onduidelijke foto van een knap jong meisje met donker haar en donkere wenkbrauwen in een fluwelen jurk met een opstaande kraag. Er was ook een foto van Kristján Kristjánsson, met een hoornen bril en een terugwijkende haarlijn. Hij zag er vriendelijk uit, een beetje vermoeid, bijna alsof hij uitgeput was van al dat zoeken naar Lára. De vrouw keek naar de foto’s voor ze de krant dichtsloeg en opstond. Ze liet haar koffie staan. Ze kreeg een onbehaaglijk gevoel, net als altijd als ze de naam van Lára hoorde noemen. Ze was meteen al haar eetlust kwijt en moest haar gedachten op iets anders richten.
Ze liet de krant op tafel liggen en liep de Skólavörðustígur in. Er waaide een koude wind door de straten en in het oosten zag je de half voltooide Hallgrímskirkja.