Vijf vragen aan Takis Würger

16 april 2019

De roman Stella is een indrukwekkend liefdesverhaal over trouw en verraad in de Tweede Wereldoorlog, gebaseerd op het leven van de Joodse Stella Goldschlag, die ook wel ‘Het blonde gif’ werd genoemd. Vijf vragen aan de auteur.

Stella Goldschlag heeft echt geleefd – hoe komt het dat ze een romanfiguur is geworden?
In een warme Berlijnse nacht zaten we op de rand van de stoep een biertje te drinken. We hadden het over de musical Cabaret en toen zei mijn vriend dat die hem deed denken aan het verhaal van Stella Goldschlag. Ik wist niet wie zij was. Hij vertelde het me. Ik vroeg of er een roman over deze vrouw was geschreven. Hij zei dat hij geen flauw idee had. Ik heb het meteen uitgezocht. De volgende dag ben ik aan de roman begonnen.

Wat trok je aan in dat verhaal?
Het fascineerde me hoe in Stella’s leven luchtigheid en angst naast elkaar lagen. Ik hoop dat ik nooit zulke gruwelijke en complexe beslissingen hoef te nemen als Stella Goldschlag op zo’n jonge leeftijd heeft moeten doen.

Hoe gaat een romanschrijver om met de schuld van zijn heldin?
Als schrijver verkeerde ik in de eigenaardige situatie dat ik van de fictieve Stella uit mijn roman tegelijkertijd kon houden, haar kon haten, begeren, folteren, verlaten en verraden. Dat klinkt misschien wel goed en cool, maar daar is niets cools aan. Stella heeft me gedwongen antwoorden te vinden op vragen die ik mezelf nooit heb willen stellen.

Welke rol speelt de stad Berlijn in je roman?
Berlijn is tegenwoordig weer een stad die zo vibreert dat ik er tegelijkertijd bang en blij van word. In 1942, het jaar waarin Stella zich afspeelt, moet Berlijn het toppunt van krankzinnigheid zijn geweest. De stad zat vol met militairen, met geheime jazzclubs, met geld en armoede, cocaïne en verborgen champagne. Je had er hotel Adlon, luchtafweergeschut, Hitler, danslokalen en verzamelkampen voor gevangen Joden.

En de laatste vraag: waarom zijn je boeken zo kort?
Ik weet niet hoe jij een boek vasthoudt bij het lezen, maar zelf heb ik zo’n eigenaardige greep met mijn rechterhand ontwikkeld, een beetje zoals het hang loose-teken bij surfen. Ik houd het boek tussen duim en pink. Dat gaat heel goed, ik kan het ten zeerste aanbevelen. Maar het gaat alleen als boeken minder dan 250 bladzijden hebben, anders zijn ze te zwaar. En daarbij komt dat mijn beste vriend, een van mijn belangrijkste lezers, twee kleine kinderen heeft. Zijn dochtertje is nog maar een paar maanden oud. Ik had bij deze roman zijn hulp nodig, zijn advies, maar ik kon niet van hem verwachten dat hij honderden bladzijden zou lezen. Vandaar dat ik mijn tekst flink heb ingekort voordat hij het manuscript kreeg.

Terug naar nieuwsoverzicht