Jeroen de Rijke
Jeroen de Rijke (Haarlem, 1970) is politie-expert en onder meer verantwoordelijk voor de tactische recherche in het populaire AVROTROS-programma Hunted . De skills die hij toepaste in dat werk past hij nu toe als ondernemer.
Voormalig elite-agent Jeroen de Rijke leert je hoe je optimaal presteert als je onder hoge druk staat
ISBN: | 9789400514287 |
NUR: | 770 |
Type: | Paperback |
Auteur(s): | Jeroen de Rijke, Anton Slotboom |
Prijs: | 20,99 |
Aantal pagina's: | 224 |
Uitgever: | Lev. |
Verschijningsdatum: | 18-01-2022 |
ISBN: | 9789044933499 |
NUR: | 770 |
Type: | E-book |
Auteur(s): | Jeroen de Rijke, Anton Slotboom |
Prijs: | 12,99 |
Aantal pagina's: | 256 |
Uitgever: | Lev. |
Verschijningsdatum: | 18-01-2022 |
ISBN: | 9789046175958 |
NUR: | 770 |
Type: | Luisterboek |
Auteur(s): | Jeroen de Rijke, Anton Slotboom |
Voorlezer: | Anton Slotboom |
Prijs: | 13,99 |
Duur: | 8 uur en 5 minuten |
Uitgever: | Lev. |
Verschijningsdatum: | 03-03-2022 |
Met een ferme zwaai landde het ijzer van de stormram op de voordeur. De stormram, een groot stuk staal van 70 kilo dat we met twee man vast moesten houden om te kunnen tillen, deed direct z’n werk. Grote stukken hout vlogen in het rond, en de voordeur van de woning, in een onopvallende jarenzestigflat in een middelgrote stad in Nederland, zwaaide meteen open. Nu hadden we geen seconde meer te verliezen. Zwaar bewapend, met bivakmutsen over onze hoofden en wapens in de aanslag, denderden mijn collega’s van het Arrestatie Team (at) en ik door naar binnen.
Een paar uur eerder hadden we verzameld en hadden we ons omgekleed, van burgerkleding naar gevechtstenue, op de parkeerplaats van het dichtstbijzijnde politiebureau. Nog één keer hadden we uitgebreid het aanvalsplan doorgenomen.
Hoe we het pand zonder het risico om ontdekt te worden konden naderen. (Niet ongezien, want het gebouw stond midden in een woonwijk.)
Hoe we zo snel binnen zouden komen. (Met een grote klap van de stormram, die zou de houten deuren openkrijgen. Explosieven waren het alternatief, maar dat was voor dit type deur niet nodig.)
Wat voor de verdachten routes om te kunnen vluchten waren. (Van het balkon zou iemand naar het balkon van de buren kunnen springen, of naar beneden.)
Wat we aan zouden treffen als we eenmaal naar binnen waren gedenderd. (Vermoedelijk veel drugs, wapens en geld.)
Waar we extra voor op onze hoede moesten zijn. (Een van de verdachten kon zich misschien verzetten en gewelddadig worden. Hij had niks te verliezen en wist dat er een lange gevangenisstraf boven zijn hoofd hing. Dat bewees de informatie uit het rechercheonderzoek dat was gedaan.)
We bespraken wat we wisten over de identiteit van deze personen, over hun achtergronden en wat voor gevaarlijk gedrag ze mogelijk zouden gaan laten zien. Zouden ze schieten? Proberen te vluchten? Zouden ze zich gaan verzetten tegen hun aanhouding? We stonden hier niet voor het eerst. Twee weken lang was door ons in het grootste geheim in kaart gebracht wat er in dit gebouw gebeurde. Welke omwonenden waren een mogelijk contact van de verdachten? Wie hield er welke gewoonten op na, ging vroeg of laat naar bed? Op welke tijden was er bezoek, en gingen er mensen naar buiten? En wie waren die mensen dan? Geen detail was aan ons voorbijgegaan. En nu stormden we, zonder aankondiging, met een eliteteam van de politie in vol gevechtstenue het pand binnen.
‘Politie!’ schreeuwde een collega op weg naar boven. ‘Politie!’ In het criminele milieu vinden veel rip-deals plaats, waarbij criminelen drugspartijen van andere criminelen proberen te stelen. Deze verdachten moesten zo snel mogelijk weten dat het de politie was die op het punt stond binnen te vallen, en niet iemand anders.
Met mijn zaklamp in de hand en mijn doorgeladen dienstwapen in de aanslag stapte ik de woning binnen. Twee agenten, collega’s van me die ik met mijn leven vertrouwde, gingen voor. ‘Handen omhoog! Politie!’ Dat deden ze niet voor niks. Verdachten konden zich, als wij dat hadden geroepen, nooit voor de rechter beroepen op het feit dat zij zich genoodzaakt hadden gevoeld om geweld te gebruiken, omdat ze niet hadden geweten dat het een eenheid van de politie was die de woning was binnengedrongen. ‘Politie!’ riep mijn collega weer.
De adrenaline stroomde inmiddels door mijn aderen. Onder druk kunnen mensen rare dingen doen. Sommige criminelen zijn dag en nacht onder invloed van drank en drugs. Ze hebben simpelweg niets te verliezen als we ze komen arresteren. En dan is er ook nog een categorie criminelen die te veel actiefilms heeft gekeken, of games vol geweld heeft gespeeld. Die criminelen denken dat ze het gevecht kunnen aangaan en van een arrestatieteam kunnen winnen. Dat is kansloos, uiteindelijk trek je toch aan het kortste eind. Niet iedere crimineel liet zich makkelijk overmeesteren, dat wist ik uit ervaring. Door de jaren heen had ik al van alles meegemaakt. Van criminelen die van schrik flauwvielen of het letterlijk in hun broek deden tot criminelen die direct hun pistool probeerden te grijpen om te kunnen vluchten of zelfs om hun partner te gijzelen. ‘Ik vermoord je vrouw en kinderen,’ zei een crimineel die verdacht werd van meerdere liquidaties zelfs eens tegen me.
Drie van de aanwezige mannen in de woning lieten zich gelukkig meteen aanhouden. Nu alleen de gevaarlijkste verdachte nog. Ik stormde door naar de woonkamer, met mijn vaste teampartner in m’n kielzog, precies zoals we dat vooraf hadden uitgedacht en voorbereid. De collega’s die voorop gingen waren daar al met de hoofdverdachte in de weer. Een grote man, met een grote witte veeg onder zijn neus, vermoedelijk door cocaïnegebruik, begon zich met de seconde heftiger te verzetten. Aan elke arm van deze schreeuwende crimineel, die zich heftig verzette, hing al een at’er toen ik de ruimte binnenkwam.
‘Ik maak jullie hartstikke dood! Ik vermoord jullie! Ik trek jullie kop eraf! Ik weet wie jullie zijn! Ik schiet jullie hartstikke dood!’ Deze verdachte was beresterk en stond hélemaal strak. Dat zag ik meteen. Terwijl de andere mannen al waren geboeid, geblinddoekt en gefouilleerd, en vervolgens op de grond gelegd volgens de standaardprocedure, gaf deze man duidelijk niet zo makkelijk op. Hij bleef zich verzetten en maar schoppen en slaan. Woest schreeuwend probeerde hij te raken wat hij raken kon. ‘Hou je rustig!’ schreeuwde een van mijn collega’s. ‘Stop en werk mee!’ Gelukkig lukte het ons snel om de man naar de grond te brengen. Met een judo-voetveeg werd hij gecontroleerd naar de grond gebracht en zijn polsen werden op zijn rug naar elkaar gebracht, zodat hij kon worden geboeid. Plotseling begon hij te grommen, en dat niet alleen: terwijl hij op de grond lag ontstond er een soort oerkracht in de man, die nog een laatste poging deed om zijn handboeien los te krijgen, en die inmiddels gedwongen op z’n zij lag, aan zijn handboeien vastgehouden door een van mijn collega’s. Ik geloofde mijn ogen niet. Ging hij nu nog heftiger in verzet? Maar opeens stopte hij met grommen. Zijn spieren leken te verstrakken. Dat bleef niet onopgemerkt. Ik keek een collega aan. Die keek vragend terug. Wat gebeurde er nu? Plotseling begon de crimineel ook nog eens te braken. ‘Dit is niet goed, nu losmaken, nu losmaken!’ riep ik naar mijn collega’s. ‘Check zijn hartslag!’
AT’ers zijn in alles getraind, ook voor dit soort situaties. Voor alles was een protocol, zelfs voor noodsituaties die ook wij maar zelden meemaakten. Het doel van het at is dat zelfs de grootste, gevaarlijke crimineel met zo min mogelijk geweld en op een veilige manier wordt aangehouden. Er moest nu heel snel worden gehandeld.
We maakten de handboeien van de verdachte meteen weer los en draaiden hem van z’n zij. Nu lag hij op z’n rug. De collega voelde opnieuw. ‘Geen hartslag! We moeten reanimeren, nu!’
Het leven van de verdachte die ons net nog dood wenste moest nu gered worden. Daar twijfelde niemand van het team aan. Een collega veegde daarom het braaksel weg en ik begon hardop te tellen en op z’n borst te drukken. Een collega begon te beademen. Weer een ander belde de noodlijn met de meldkamer voor medische hulp. Hier hadden we op getraind. De drang om hem te redden maakte zich van ons meester. Maar de situatie veranderde niet, terwijl ondertussen het ambulancepersoneel arriveerde. We kregen hem niet meer bij bewustzijn.
De man die ons net nog dood had gewenst – ‘Ik weet wie jullie zijn! Ik schiet jullie hartstikke dood!’ – stierf in onze armen. Een raar contrast. We zouden het allemaal nooit meer vergeten. De man stierf aan hartfalen. Hij had een onmogelijke mix van allerlei soorten drugs in zijn bloed gehad.