Het haar van Willeke Alberti

LEESFRAGMENT UIT HET BOEK LIJTJE VAN HARMEN VAN STRAATEN

Mijn moeder zit aan tafel als ik de huiskamer inloop. Ze zingt en de dames aan tafel luisteren ademloos naar haar. Voor haar ligt een uit elkaar gevallen dichtbundel.
Met heldere stem zingt ze een gedicht. Mijn moeder weet steeds vaker iets niet meer, maar de gedichten zijn er nog steeds.
‘Knap van je,’ zeg ik en tik op haar schouders.
‘He, wat een verrassing dat je bent gekomen.’
‘Altijd toch?’
Ze klapt haar gedichtenbundel dicht.
Mijn moeders haar is weer erg lang.
‘Ga je nog steeds niet naar de kapper?’ vraag ik.
‘Ja zeker wel,’ zegt ze.
‘Morgen maak ik een afspraak.
Mijn moeder grijpt naar haar rollator. Uit de tas vist ze een oude Story. Ze laat de voorkant met Willeke Alberti zien.
‘Ik heb het als Willeke Alberti laten knippen,’ zegt ze. ‘Die heeft altijd mooi haar.’
‘Prachtig hoor,’ zeg ik.
‘Maar de volgende keer iets korter denk ik. Het hangt nu een beetje.
‘Misschien is een makkelijk kapsel handiger.’
We zoeken naar een andere foto van Willeke. Eentje met korter haar.
‘Hoef je er alleen met je hand door heen te gaan en klaar. Willeke is denk ik elke dag met de krultang aan de slag. Met daarnaast een kapper om het bij te houden. Dat is niets voor jou.’
‘O god nee,’ zegt mijn moeder. ‘En wat zal dat kosten?’
‘Precies!’ antwoord ik.
‘Wat gaan we doen?’ vraagt ze.
‘Verrassing,’ zeg ik.
Mijn moeder en ik lopen de kamer uit.
Ze draait zich om.
‘Dat is mijn zoon, hij speelt bij Ajax.’
‘Hè, Ajax?’ vraag ik, ‘het was toch Sparta?’
‘Doe even normaal, hoe kom je daar nou bij,’ zegt ze.
We zitten in de auto
‘Een liedje van Willeke doen?’ vraag ik.
Morgen ben ik de bruid klinkt in de auto.
‘Weet je waar ik aan moet denken door dit nummer?’
‘Nou?’ vraagt mijn moeder
‘Italiaans ijs!’
‘Hoe kom je daar nou bij?’ vraagt ze.
‘Herinner je nog ijssalon Italia in Gouda?’
‘Jazeker,’ zegt mijn moeder.
‘Op een zondag moest ik een keer ijs voor jou halen. Citroen en hazelnoot, jouw lievelingssmaken.
‘Lekker,’ zegt ze.
‘Gaan we daar nu naar toe?’
‘Nee, dat is te ver voor vandaag. Ik had geld van je mee, in mijn nieuwe portemonnee. Met zo’n klep die je dan open kon klappen. Er stond een meisje op de toonbank. Ik denk de dochter van de eigenaar. Ze droeg een soort wit bruidsjurkje. Heel mooi kan ik me herinneren. Achteraf denk ik voor de heilige communie. Alle Italianen zijn katholiek hè! Op de achtergrond klonk Morgen ben ik de bruid. Het meisje danste op de toonbank. Iedereen applaudisseerde.’
‘En toen?’ vraagt mijn moeder.
‘Toen verloor ik mijn portemonnee onderweg naar huis.’
‘Je verloor altijd alles,’ zegt ze.
Ik zet Willeke uit.
‘Als jullie gewonnen hebben,’ vraagt ze, ‘gaan jullie daarna eten met het elftal?’ ‘Jazeker,’ zeg ik. ‘En wat gaan jullie dan eten?’ ‘Jouw lievelingseten: bamischijf, frites en huzarensalade.’ ‘En door wie wordt dat dan betaald?’ vraagt ze. ‘De club,’ zeg ik. ‘Lekker!’ lacht ze. ‘Het eten of het betalen?’ vraag ik. Mijn moeder kijkt door het raam. We passeren een tankstation.
‘Twee euro zes,’ zegt ze
‘Wat?’ vraag ik.
‘De benzine.’
‘Zo ken ik je weer,’ zeg ik. ‘Vroeger op vakantie naar Frankrijk deed je dat ook. Je had vooral oog voor de prijzen bij de tankstations.’
‘Het was allemaal duur genoeg,’ zegt ze.
Ik rij met de auto het dorp in.
‘Wat is de verrassing nou?’ vraagt ze.
‘Doe je ogen maar dicht,’ zeg ik.
Ik parkeer mijn auto.
‘Mogen ze al open,’ vraagt ze
‘Ja hoor!’ zeg ik.
We staan voor een snackbar.
‘Wat gaan we doen?’
‘Raad eens drie keer,’ zeg ik. ‘Het begint met bamischijf.’
‘En wie betaalt dat dan?’ vraagt ze.
‘Drie keer raden,’ lach ik.