Een razendspannende politieke thriller vol actie en internationale intrige en doorspekt met het soort informatie waarover alleen een insider als Hillary Clinton kan beschikken.

Samenvatting

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Ellen Adams, wordt geconfronteerd met terroristische dreigingen en een verzwakte natie, na vier jaar leiderschap van een president die de positie van Amerika op het politieke wereldtoneel ernstige schade toebracht.
De aanslagen zorgen voor wereldwijde chaos en verwarring, en de minister en haar team moeten erachter komen wie er achter de dodelijke samenzwering zit, die zorgvuldig lijkt ontworpen om te profiteren van een Amerikaanse regering die er internationaal zwakker voor staat dan ooit.

Specificaties

Specificaties

ISBN: 9789400514263
NUR: 305
Type: Paperback
Auteur(s): Hillary Rodham Clinton, Louise Penny
Prijs: 22,99
Aantal pagina's: 448
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 13-10-2021

Specificaties

ISBN: 9789044933376
NUR: 305
Type: E-book
Auteur(s): Hillary Rodham Clinton, Louise Penny
Prijs: 13,99
Aantal pagina's: 400
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 13-10-2021

Specificaties

ISBN: 9789046175699
NUR: 305
Type: Luisterboek
Auteur(s): Hillary Rodham Clinton, Louise Penny
Voorlezer: Pia Dijkstra
Prijs: 15,99
Duur: 16 uur en 55 minuten
Uitgever: AW Bruna
Verschijningsdatum: 13-10-2021

Fragment

‘Mevrouw de minister,’ zei Charles Boynton, die snel met zijn baas meeliep terwijl ze zich door de Mahogany Row naar haar kantoor op het ministerie van Buitenlandse Zaken haastte. ‘U hebt acht minuten om bij het Capitool te komen.’
‘Dat is tien minuten rijden,’ zei Ellen Adams en ze begon te rennen. ‘En ik moet nog douchen en me omkleden. ‘Of…’ Ze bleef staan en draaide zich om naar haar stafchef. ‘Kan ik zo gaan?’
Ze hield haar armen opzij zodat hij haar eens goed kon bekijken. Er viel niet te ontkomen aan de smekende blik in haar ogen, de zenuwen in haar stem en het feit dat ze eruitzag alsof ze zojuist achter een roestige landbouwmachine aan was gesleurd.
Hij vertrok zijn gezicht tot een glimlach die hem pijn leek te doen.
Ellen Adams was achter in de vijftig, had een gemiddelde lengte en was slank en elegant. Een goede kledingsmaak en corrigerend ondergoed verhulden haar voorliefde voor eclairs. Haar make-up was subtiel en deed haar intelligente blauwe ogen goed uitkomen zonder dat ze haar leeftijd probeerde te verhullen. Ze had er geen behoefte aan om jonger te lijken dan ze werkelijk was, maar ze wilde er ook niet ouder uitzien.
Haar kapper noemde haar, als hij haar speciale kleurformule aanbracht, een ‘Eminence Blonde’.
‘Met alle respect, mevrouw de minister, maar u ziet eruit als een zwerver.’
‘Goh, fijn dat hij zoveel respect voor je heeft,’ fluisterde Betsy Jameson, Ellens beste vriendin en adviseur.

Na een dag van tweeëntwintig uur die was begonnen met een diplomatiek ontbijt op de Amerikaanse ambassade in Seoul, waar minister Adams de gastvrouw was en waarin op hoog niveau werd gesproken over de regionale veiligheid en pogingen werden gedaan om een uiterst belangrijke handelsdeal te redden die onverwachts dreigde te worden afgebroken, was de eindeloze dag afgesloten met een rondleiding op een kunstmestfabriek in de provincie Gangwon, al was dat een dekmantel geweest voor een snel tripje naar de DMZ, de gedemilitariseerde zone.
Daarna was Ellen Adams op de terugvlucht gestapt. Eenmaal in de lucht was het eerste wat ze gedaan had haar corrigerende ondergoed losmaken en zichzelf een groot glas chardonnay inschenken.
Vervolgens was ze een paar uur bezig geweest om rapportages naar haar afgevaardigden en de president te sturen en de inkomende memo’s te lezen. Dat had ze tenminste geprobeerd. Ze was in slaap gevallen met haar neus op een rapport van Buitenlandse Zaken over personeel op de ambassade in IJsland.
Ze schrok wakker toen haar assistent haar schouder aanraakte. ‘Mevrouw de minister, we gaan zo landen.’
‘Waar?’
‘Washington.’
‘State?’ Ze ging rechtop zitten en haalde haar handen door haar haar, waardoor het rechtovereind ging staan, alsof ze was geschrokken, of een heel goed idee had.
Ze had gehoopt dat het Seattle was. Om te tanken, eten te halen of misschien vanwege een onvoorziene noodsituatie aan boord. Die was er wel, wist ze, maar die was noch onvoorzien, noch technisch.
De noodsituatie was dat ze in slaap was gevallen en nog moest douchen en…
‘D.C.’
‘O god, Ginny. Had je me niet eerder wakker kunnen maken?’
‘Dat heb ik geprobeerd, maar u mompelde alleen iets en sliep toen weer verder.’
Daar had Ellen een vage herinnering aan, maar ze had gedacht dat het een droom was. ‘Bedankt dat je het geprobeerd hebt. Heb ik nog tijd om mijn tanden te poetsen?’
Er klonk een pingeltje toen de gezagvoerder het ‘riemen vast’-signaal aanzette.
‘Ik ben bang van niet.’
Ellen keek uit het raam van haar regeringsvliegtuig, dat ze schertsend Air Force Three noemde. Ze zag de koepel van het Capitool, waar ze straks zou zitten.