‘Soms zou ik weleens de ballen willen hebben om ondernemender te zijn. Ik bedoel, ik heb een leuke baan, gezonde kinderen, een leuk sociaal leven. Maar ik ga gewoon niet zo snel uit m’n comfortzone.’ Vriendin H. kijkt me aan terwijl ze een slok van haar cappuccino neemt. ‘Weet je wat ik denk,’ antwoord ik, ‘ik denk dat we veel te groots zijn gaan denken. Dat als je emigreert, voor die zaal met honderden mensen spreekt of het opeens over een andere boeg gooit in je carrière, dat dát pas moed is. Ik herken het wel. Want het lijkt alsof je daardoor de lessen uit het leven haalt. En tuurlijk, het zijn leuke ervaringen allemaal en er is niks mis met dingen ondernemen die je spannend vindt, maar er zijn wel meer dingen moedig.’ We praten nog wat na, drinken onze warme dranken op, betalen en gaan ieder weer verder met de dag.
Wat is dat toch, dat we soms zo bezig zijn met de grote dingen, de grote stappen, de ‘als ik dit heb gedaan, dan ben ik…’?
Ik herken het namelijk en jij misschien ook. Het lijkt iets menselijks. Laat ik dit even nuanceren. Zo sprak ik laatst met een andere vriendin waarin we dit onderwerp aan de kaak stelden.
Soms voel je heel sterk dat je iets wel wilt doen. Niet vanuit een opgeblazen ego. Het is iets diepers, iets wat je vaak als kind al kan voelen. Maar het kleine doet er net zo toe. Het zijn óók die kleine momenten die vaak onzichtbaar blijven voor de buitenwereld, maar die een kettingreactie kunnen veroorzaken van
liefde, verbinding en vertrouwen.
Tegelijkertijd wil je ook niet in de tweestrijd met beide verlangens zitten. Enerzijds wil je niet verstrikt raken in een leven dat te klein voelt, anderzijds wil je niet vervallen in een honger naar groot die je leeg achterlaat, alsof niets ooit genoeg is. In werkelijkheid sluiten groot en klein elkaar niet uit. Het grote voedt het kleine en het kleine bouwt aan het grote. Denk maar aan een boek dat je wilt schrijven om jouw verhaal te vertellen.
Het begint met één zin die in je opkomt of die je schrijft aan de keukentafel. Een bedrijf oprichten ontstaat uit een eerste droom of ontmoeting met iemand. En andersom geldt: de glimlach naar die vrouw op straat, de eerlijkheid waarmee je sorry zei, het geduld dat je leert opbrengen (en soms ook helemaal verliest); dat is het fundament waarop grootsheid rust. De tweestrijd die je hierin kunt ervaren is geen signaal dat je verdwaald bent. Ik zie het eerder alsof je voelt dat je nog meer te geven hebt en dat je tegelijkertijd al genoeg bent. Het vraagt moed om beide waarheden te zien en uit te dragen. Zie deze levensfase (of hoe je het ook wilt noemen) als groot durven dromen, maar nooit vergeten dat het grootse altijd geworteld is in het kleine. Toch heb ik het idee dat we als vrouw, hoe ouder we worden, eerst de moed in het kleine moeten zien en ervaren én mogen handelen vanuit rust en vertrouwen, omdat anders de grote doelen leeg aanvoelen en de connectie met jezelf en het leven vermindert.