Interview met Jørn Lier Horst en Jan-Erik Fjell over De schreeuw
De Noorse thrillerauteurs Jørn Lier Horst en Jan-Erik Fjell schreven samen De schreeuw, het eerste deel in de nieuwe Markus Heger-serie. Voor dit interview kregen fans via social media de kans om hun vragen aan de auteurs te stellen. In dit artikel beantwoorden Horst en Fjell een selectie van die vragen en vertellen ze meer over hun samenwerking, het ontstaan van de serie en wat lezers van het vervolg kunnen verwachten.
Hoe is jullie samenwerking ontstaan, en wat maakte dat jullie dit boek samen wilden schrijven?
Fjell: Ik had al lange tijd de wens om met iemand samen te schrijven, en de meest voor de hand liggende keuze was Jørn. Vooral omdat hij de collega is met wie ik sinds mijn debuut in 2010 het meest intensief contact heb gehad en we elkaar echt goed hebben leren kennen, maar ook omdat ik ervan overtuigd was dat we elkaar uitstekend zouden aanvullen. Over de meeste dingen denken we hetzelfde – behalve als het om auto’s gaat. Ik houd van laag en snel, Jørn van hoog en zwaar.
Jaren geleden heb ik hem een paar keer gebeld met ideeën voor een boek dat we samen zouden kunnen schrijven. Beide keren lachte hij het vriendelijk weg. Dat is typisch Jørn. Waar anderen misschien zouden zeggen: ‘Sorry, geen interesse’, probeert hij altijd diplomatiek en aardig te blijven. Achteraf besef ik dat hij inderdaad heel diplomatiek was – want beide ideeën waren behoorlijk hopeloos.
Maar drie jaar geleden belde ik hem opnieuw met een idee over een voormalige militair die van de politieacademie was gestuurd en nu door het land reed om vanuit zijn camper een truecrimepodcast te maken. Dit keer lachte hij niet. Het bleef volledig stil. Toen zei hij: ‘Dát is een goed idee.’ En meteen begonnen we erover te sparren.
Hoe ziet jullie schrijfproces eruit, van eerste idee tot definitieve versie? Ontwikkelen jullie het verhaal samen en schrijven jullie daarna afzonderlijk, of bewerken jullie ook elkaars teksten?
Fjell: We ontwikkelen het verhaal samen, wat betekent: urenlang bellen en talloze e-mails en berichten uitwisselen. Daarna werken we het boek hoofdstuk voor hoofdstuk uit en spreken we af wie wat schrijft. We gaan ook in elkaars hoofdstukken aan de slag en doen suggesties voor aanpassingen en wijzigingen.
Wanneer ik een hoofdstuk heb geschreven, stuur ik het naar Jørn en krijg ik zijn feedback – en andersom. Er is dus geen enkel hoofdstuk dat voor honderd procent door slechts één van ons is geschreven.
Jullie hebben allebei een eigen stijl. Hoe hebben jullie die samengebracht tot één stem? Hoe bewaken jullie toon, ritme en consistentie?
Horst: Zoals Jan-Erik zegt, ontwikkelen we eerst samen het verhaal – via lange gesprekken, berichten en gedetailleerde planning. Maar de samenwerking stopt niet zodra de hoofdstukken zijn verdeeld.
We werken nauw samen, als een estafetteteam. We schrijven, lezen, redigeren en stappen elkaars tekst binnen. Op die manier sturen we voortdurend bij in taal, toon en ritme. Geleidelijk verdwijnen het ‘van jou’ en het ‘van mij’ – en ontstaat de stem van Markus Heger.
Ons doel is altijd hetzelfde: de lezer mag nooit merken dat er twee schrijvers achter het verhaal zitten.
Was er wel eens een groot meningsverschil tijdens het schrijfproces? Zo ja, hoe hebben jullie dat opgelost zonder het verhaal geweld aan te doen?
Fjell: Nee, eigenlijk niet. En dat verbaasde me. Dat we in grote lijnen dezelfde voorkeuren hebben, wist ik wel – maar dat we een hele roman konden schrijven zonder ook maar een kleine ruzie, had ik niet verwacht.
Horst: Daar ben ik het mee eens – dat verraste mij ook. Creatieve samenwerking vraagt om discipline en balans. Je moet het oneens kunnen zijn zonder dat het een conflict wordt, en je moet je ego buiten de deur laten. Dat is voor ons cruciaal geweest.
Als we twijfelden over een scène of een richting, stelden we onszelf één eenvoudige vraag: wat is het beste voor het verhaal? Zolang het boek de hoogste autoriteit is, worden meningsverschillen niet persoonlijk – en schaden ze het verhaal niet.
Waar vonden jullie de inspiratie voor dit verhaal (en voor de personages)?
Horst: Misschien was het de tijdgeest die de eerste impuls gaf voor De schreeuw. We leven in een tijd waarin podcasts – en true crime in het bijzonder – enorm populair zijn. Mensen luisteren niet alleen naar misdaadverhalen, ze volgen ze intensief, bespreken ze en onderzoeken mee met de makers. Dat maakte ons nieuwsgierig naar wat voor hoofdpersoon zich vrij in dat landschap zou kunnen bewegen.
Zo ontstond Markus Heger: een voormalige militair, van de politieacademie gestuurd, die door Noorwegen reist in een camper en een truecrimepodcast maakt. Dat concept gaf ons een personage dat zowel binnen als buiten het systeem staat – iemand met expertise, maar zonder officiële bevoegdheid.
Ook onze eigen ervaringen speelden een rol. Jan-Erik heeft een achtergrond als radiopresentator en weet hoe je direct tot een luisteraar spreekt, hoe je intimiteit kunt creëren met alleen je stem. Ikzelf heb meegewerkt aan verschillende truecrimepodcasts en heb ruime ervaring in tv-productie, onder meer bij de Noorse versie van Opsporing verzocht en bij documentaires over cold cases. Eén daarvan ging over een meisje dat verdween en nooit werd teruggevonden, waarbij de verdenking lange tijd op de verkeerde persoon rustte. Die zaak is geen directe inspiratie voor de plot van De schreeuw, maar gaf het verhaal wel zijn emotionele kern. Mensen ontmoeten die zoiets hebben meegemaakt, blijft bij je. Het nestelt zich in je botten – en vindt zijn weg tussen het voor- en achterplat van een boek.
Daarnaast schuilt er een gevoel van vrijheid in het concept. Noorwegen is een langgerekt land. In de Wisting-romans ben ik vanzelfsprekend gebonden aan Wistings politiedistrict. Met Markus Heger, reizend in een camper, kunnen we het hele land verkennen – nieuwe plekken, nieuwe omgevingen en nieuwe verhalen. Dat geeft beweging en een breder canvas voor het narratief.
In hoeverre zit er iets van jullie zelf in de personages die jullie creëren?
Fjell: Net als bij hoofdpersonages in boeken die je alleen schrijft, komt er vanzelf veel van de auteur in deze figuren terecht. Het zijn de personages met wie je de meeste tijd doorbrengt op papier – die je het beste leert kennen. Schrijven is het sterkst en overtuigendst wanneer je put uit iets wat je echt kent en begrijpt. En niemand kent jou beter dan jijzelf. In William Wisting zit liters Jørn, en in mijn Anton Brekke kilo’s van mij. In Markus Heger zit van ons beiden iets. En in Frank Drage hopelijk van geen van ons.
Horst: Haha. Frank Drage is de vader van Markus Heger, veroordeeld voor moord en momenteel een onbepaalde gevangenisstraf uitzittend. Hij lijkt niet op ons – maar wel op verschillende moordenaars die ik in de loop der jaren heb ontmoet.
Wat verraste jullie het meest aan elkaar tijdens deze samenwerking?
Fjell: Wat mij misschien het meest verraste (en imponeerde), was Jørns werkkracht. Hij heeft altijd duizend dingen tegelijk lopen – vrouw, kinderen en een kleinkind, naast vaste optredens in een tv-programma. Een programma dat bovendien veel extra reisdagen met zich meebrengt. En toch krijgt hij alles gedaan, zonder ooit te klagen. Hij is extreem gestructureerd en gedisciplineerd. Door deze samenwerking ben ik zelf ook gestructureerder en gedisciplineerder geworden – al heb ik nog een lange weg te gaan.
Horst: Jan-Erik is een grappige man. Dat wist ik al. Hij schrijft met een uitgesproken scherpte, heeft een warme, subtiele humor en altijd een snedige opmerking paraat.
Juist daarom was ik verrast en onder de indruk van hoe compromisloos serieus hij is als het om het daadwerkelijke schrijven en plotten gaat. Hoe bewust hij aanwijzingen en dwaalsporen plaatst, hoe niets aan het toeval wordt overgelaten en niets zonder doel wordt geschreven. Elk hoofdstuk, elke zin, moet iets dragen dat het verhaal voortstuwt.
Kunnen we in de toekomst een verfilming verwachten?
Fjell: Dat zou geweldig zijn, want de locaties die we gebruiken lenen zich uitstekend voor het grote scherm.
Horst: Ik had twaalf Wisting-boeken geschreven voordat ze werden verfilmd. We werken nu aan boek twee over Markus Heger, en we hebben al enkele aanvragen ontvangen. Dat is bemoedigend, maar verfilmingen volgen hun eigen tijdlijn en proces. Voorlopig zul je het dus met de boeken moeten doen.
Tot slot: wat kunnen lezers verwachten van het tweede boek?
Fjell: Ik was erg tevreden over De schreeuw, en de ontvangst kon niet beter. Toch durf ik bescheiden te zeggen dat het vervolg vele malen beter is. Dat heeft volgens mij met de personages te maken. Toen we De schreeuw schreven, waren Markus Heger en Frank Drage ook voor ons nieuw. We wisten wie ze waren en wat hen dreef, maar pas toen het boek af was, leerden we hen echt kennen.
Horst: Ja, De schreeuw was eigenlijk een rustige warming-up. In het tweede boek kennen we de personages beter. We begrijpen wat Markus Heger drijft, wat hij vreest en waar zijn blinde vlekken zitten. Daardoor kunnen we hem harder onder druk zetten – emotioneel en fysiek. De inzet is hoger, de conflicten scherper en het verhaal duisterder. We houden ons niet in.