Interview met Stieg Larsson – 27 oktober 2004
Door Lasse Winkler, Svensk Bokhandel
Dit is het eerste, en het laatste, interview met Stieg Larsson naar aanleiding van de op handen zijnde publicatie van zijn eerste misdaadroman. Het verscheen in Svensk Bokhandel nr 18/4.
Stieg Larsson is een van de oprichters van Expo. Expo is een door particulieren opgericht onderzoeksinstituut met een eenduidige doelstelling: het verdedigen van de democratie en de vrijheid van meningsuiting tegen racistische, anti-semitische, extreemrechtse en totalitaire bewegingen in de maatschappij. Het instituut heeft geen partijpolitieke banden en de mensen die voor Expo werken, beslaan het hele spectrum van jong-conservatieven tot liberaal-communisten en verplichten zich hun politieke bagage thuis te laten als ze zich bij Expo aansluiten.
Over het werken voor het tijdschrift Expo en de bedreigingen
We zijn begonnen in 1995, nadat nazi’s zeven mensen hadden vermoord. De jonge mensen die het tijdschrift maakten werkten zo hard dat ze na anderhalf, twee jaar volledig waren opgebrand. Ik werkte ’s nachts door om het blad te redden. Omdat we geen financiële steun kregen waren we in 1998 gedwongen te stoppen. De drie tot vijf mensen die over waren namen het op zich de boel te reorganiseren en alle schulden af te betalen. In 2001 pakten we de draad onder een nieuw bestuur weer op.
Ik ben enkele malen bedreigd. Maar dat overkomt iedereen die over dit soort zaken schrijft. Daar kun je donder op zeggen. Zelfs de onschuldigste teksten kunnen woede oproepen. Als het te erg wordt, bellen we de politie. Om een paar voorbeelden te noemen: Kurdo Baksi kreeg in 1999 een kogel door zijn raam, er zijn vernielingen aangericht in de drukkerij en ook zijn er Expo-bezorgers aangevallen. Maar volgens mij hebben we hooguit drie keer de politie gebeld.
In het najaar verschijnt het eerste deel van Stieg Larssons Millennium-reeks, met als hoofdpersonen Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. De titel van deel één is Mannen die vrouwen haten.
Over de Millennium-reeks
In 2001 begon ik te schrijven. Ik schreef die boeken eigenlijk voor mijn plezier. Het idee voor het verhaal stamt uit de jaren negentig. Ik zat samen met Kenneth A. tussendoor wat te kletsen bij TT (het Zweedse persbureau, Tidningarnas Telegrambyrå) en begon aan een verhaal over de oude Twin Detectives. We hadden er veel lol in en we vroegen ons af hoe ze zouden zijn nu ze vijfenveertig waren, druk met hun zoveelste mysterie. Daar begon het mee, maar het pakte anders uit.
Dat kwam door Pippi Langkous. Ik fantaseerde over wat er van haar geworden zou zijn. Wat voor volwassene kon er uit dat sociaal afwijkende, ADHD-kind gegroeid zijn? Ze had een andere kijk op de wereld dan de meeste mensen. Op haar is Lisbeth Salander gebaseerd, 25 jaar oud, ook een echte buitenstaander. Ze heeft weinig contacten en ontbeert elke sociale vaardigheid.
Salander moest een tegenhanger hebben. Dat werd Mikael ‘Kalle’ Blomkvist, een vijfenveertigjarige journalist. Een hardwerkende, goeie vent en uitgever van een tijdschrift: Millennium. Het verhaal speelt zich af rond het kantoor waar het blad wordt gemaakt en rond Lisbeth Salander, die niet echt een eigen leven heeft.
In de roman komen veel personages voor, met uiteenlopende karakters. Ze zijn ingedeeld in drie groepen. Eén groep hoort bij het tijdschrift, Millennium, waar zes mensen werken. De minder belangrijke personages hebben niet alleen tekst; met wat ze zeggen en doen beïnvloeden ze wel degelijk de plot. Het is geen gesloten wereldje. Dan heb je de groep rond Milton Security, een particulier beveiligingsbedrijf dat gerund wordt door een Kroaat. De derde groep bestaat uit diverse politiemensen, die ook allemaal een belangrijke stem hebben.
Pas in het derde boek komen alle verhaallijnen bij elkaar en begrijpt de lezer hoe het zit. Maar alle delen staan op zich. Het zijn niet alléén verhalen: gewoonlijk komen de gevolgen van alles wat er in een misdaadroman gebeurt niet aan de orde in het volgende boek. In mijn romans wel.
Over het schrijven van misdaadromans
Ik heb mijn hele leven graag misdaadromans gelezen. Toen ik bij TT werkte schreef ik elk jaar twee columns, een in de zomer en een met kerst. Ik besprak dan de naar mijn idee op dat moment beste misdaadromans. Ik heb Sara Paretsky, Val McDermid, Elizabeth George, en Minette Walters aanbevolen. Bijna alle misdaadromans die ik heb aanbevolen zijn, vreemd genoeg, door vrouwen geschreven. Ik weet aan welke dingen ik me vaak ergerde bij het lezen van misdaadromans. Vaak gaan ze over een of twee personen, maar lees je niets over de maatschappij waarin ze leven.
Ik schrijf erg snel. Een misdaadroman schrijven is heel makkelijk. Het is veel moeilijker om een artikel van 5000 woorden te schrijven, waarin alles precies moet kloppen. Bij Expo konden we ons geen fouten veroorloven, want dan kregen we de hele pers over ons heen.
Misdaadromans kun je beschouwen als een vorm van lichte literatuur, ontspanningslectuur. Het is geen propagandamiddel of literatuur in de klassieke zin van het woord. Zoals u weet is het genre van de misdaadroman erg populair. Als je dan nog een boodschap mee kunt geven … En dat wil ik, natuurlijk.

